Fysiologie na een hoogtetraining: hardlopen met andere regels?

| 0
Running Economy (RE) en VO2max zijn bekende en belangrijke indicatoren van iemand zijn of haar loopprestaties. Running Economy is belangrijk in hardloop-efficiëntie en daarom ook in energiebehoud, waar VO2max een maat is voor de maximale zuurstofopname-capaciteit. Een populair trainingsregime om fysiologische reacties en parameters te verbeteren, is de hoogtetraining.

 

Er wordt verondersteld dat een hoogtetraining kan leiden tot verbeteringen in de duurprestaties. Mogelijk is dit het gevolg van hoogte-acclimatisatie. Belangrijke verbeteringen zijn het zuurstofleveringsproces en het proces van zuurstofverbruik. Samen zijn deze fysiologische parameters verantwoordelijk voor (een groot deel van) de Running Economy. Er is echter nog veel controverse omtrent dit onderwerp. Tijd voor een nieuwe studie!

 

 

Test en Training

Gedurende deze studie werden er twee testen afgenomen. Eén binnen 10 dagen voor de hoogtetraining en één binnen 3 dagen na de 10-daagse hoogtetraining op een hoogte van 1828 meter boven zeeniveau. Tijdens deze testen werden verschillende fysiologische parameters gemeten, waaronder de VO2max en de RE. Alle hardlopers die meededen aan de studie werd gevraagd een gelijkwaardig trainingsprogramma aan te houden tijdens de hoogtetraining als een normale training op 183m boven zeeniveau.

De resultaten van de hoogtetraining

De RE verbeterde in 6 van de 8 deelnemers, wat inhoudt dat de deelnemers efficiënter liepen met eenzelfde snelheid na de hoogtetraining! Dit zou op zijn beurt kunnen leiden tot een verbeterde hardloopprestatie. De verbeterde RE kan het resultaat zijn van een toename in hemoglobine-massa. Een eerdere studie toonde aan dat een training op 1800m boven zeeniveau voldoende is om een toename in dit zuurstof-transporterende molecuul teweeg te brengen. Dit zou de zuurstoflevering dus kunnen verbeteren, en daarom ook de RE. Dit was echter niet onderzocht tijdens deze studie, en kan daarom ook niet bevestigd worden.

 

 

Ook de Respiratory Exchange Ratio (RER) veranderde na de hoogtetraining, wat duidt op een verandering in substraatmetabolisme. In dit geval nam de RER af van een gemiddelde van 0.97 naar 0.90. Dit wil eigenlijk niets anders zeggen dan dat er waarschijnlijk meer koolhydraten verbrand worden en minder vet tijdens dezelfde intensiteit. Normaal gesproken wordt vetverbranding geprefereerd tijdens een duurprestatie, omdat koolhydraatverbranding vaak wordt gezien als een soort ‘last resort’; de koolhydraten in bijvoorbeeld de spieren, worden zo lang mogelijk gespaard. Daarom lijken de resultaten enigszins tegenstrijdig met veel literatuur. Toch kan de toename in koolhydraatverbranding de verbeterde RE ook uitleggen, daar koolhydraatverbranding minder zuurstof kost dan ververbranding.

Dit laatste zou ook de verlaagde VO2max kunnen verklaren die na de hoogtetraining gevonden werden. Enkele onderzoekers suggereren dat er een omgekeerde relatie is tussen RE en VO2max, wat betekent dat als de een verbetert, de ander ‘verslechtert’. De auteurs va deze studie suggereren dat de hardlopers met een hogere VO2max afhankelijker zijn van vetverbranding tijdens hun prestatie, wat dus zou kunnen resulteren in een hoger zuurstofverbruik. Aangezien de RE gezien wordt als een belangrijke voorspeller van duurprestaties, moeten we onze houding ten opzichte van VO2max en koolhydraatverbranding bijstellen.

 

 

Voorzichtigheid geboden

Al lijken de resultaten op het eerste gezicht veelbelovend, ze moeten toch voorzichtig geïnterpreteerd worden. Allereerst, niet iedereen zal hetzelfde reageren op een hoogtetraining. Dit werd ook duidelijk uit de huidige studie: slechts 6 van de 8 deelnemers verbeterde hun RE. Wat ons meteen bij het volgende minpuntje van deze studie brengt: slechts 8 deelnemers. Veel te weinig om conclusies te trekken. Daarnaast was er ook maar één trainingsgroep. Iedereen trainde op hoogte. Maar wat als er ook een groep op ‘normale’ hoogte getraind zou hebben? Het is niet waarschijnlijk, maar misschien zouden zij wel een gelijkwaardige verbetering gekend hebben. De laatste tekortkoming van deze studie was de aanname dat de RE direct de hardloopprestatie verbeterd. De enige variabele die echt verbeterde tijdens deze studie was deze RE tijdens één bepaalde hardloopsnelheid. Met andere woorden, het zuurstofverbruik lag lager bij één bepaalde hardloopsnelheid. Deze snelheid hoeft niet eens de wedstrijdsnelheid te zijn van een persoon. Dit zuurstofverbruik, of RE, kan zomaar hoger zijn bij andere snelheden.